Zwitserse uitgave Jamil & Jamila

Vijf jaar geleden stapten Esther en ik in het vliegtuig naar Gaziantep: onze eerste Jamil & Jamila– reis. Onze koffers zaten zo vol met boeken en stickers voor de vluchtelingenkinderen daar dat er geen plaats/gewicht over was voor iets anders en we dus letterlijk op onze bergschoenen naar de minister gingen (Ik had nog wel nieuwe veters van mijn man gekregen, dat wel). Later bleek dat dat eigenlijk ‘gewoon’ was voor dit soort reizen, want in Libanon liepen we op bergschoenen met het zand van de kampen er nog aan naar de ambassade 😉 Er zijn belangrijkere dingen die mee moeten dan mooie kleren.

In die vijf jaar dat ‘Jamil & Jamila’ nu bestaat, gebeuren er steeds weer mooie, nieuwe dingen. Zo kreeg ik vorige week een mail van twee studenten uit Duitsland: voor hun masterstudie over vluchtelingen in kinderboeken hadden ze (de Duitse versie van) Jamil & Jamila gebruikt.

Van Esther kreeg ik een mail dat de Zwitserse versie bijna, bijna, bijna klaar is. Een boek met alle vier de talen die in Zwitserland worden gesproken in één band. Hoe mooi is dat?! Vooral het vinden van een vertaler naar het Reto-Romaans/Rumantsch was een moeilijke opgave. Dankzij een van onze vertalers naar het Fries, Kobe Flapper, is het uiteindelijk toch gelukt!

Auteur versus dochter

Wie mij een beetje heeft gevolgd, weet dat ik in september een maand naar Indonesië ben geweest. We hebben het zoeken naar de wortels van mijn familie gecombineerd met vakantie, afgesloten door een prachtige, waardevolle schrijfretraite op Bali, georganiseerd en prima begeleid door Marlies Slegers.

Ik heb heel veel mooie dingen gezien en prachtige ontmoetingen beleefd.  Zo sta ik op deze foto, dankzij de enorme behulpzaamheid van het ziekenhuispersoneel, op de kraamafdeling van het Borromeus-ziekenhuis in Bandoeng: daar, waar mijn vader in 1931 is geboren.

Geboorte advertentie papa          kraamafdeling

Er waren ook andere en heel heftige confrontaties: kamp Kramat, Tjideng, jongenskamp Grogol en mannenkamp Tjimahi. De treinreis die langs het station Tjimahi kwam. En waarvan ik wist: hier zat ooit mijn vader, op transport in een geblindeerde trein, 13 jaar oud, niet wetend waar hij naar toe ging.

En nu ben ik al een tijd bezig om van deze ervaringen, in combinatie met de informatie uit vele gesprekken die ik met mijn vader heb gevoerd, de andere boeken die ik heb gelezen (en waar ik in ‘De hel van Tjideng’ nota bene de naam van mijn oma tegenkwam) een verhaal te maken dat recht doet aan de geschiedenis van mijn vader, van de vele andere geïnterneerden.

Vaak zit ik in een flow: dit boek gaat er komen! Maar altijd komt er wel een moment dat ik me realiseer dat ik niet ‘een verhaal’ schrijf, maar ‘het verhaal van mijn vader.’ Dat is confronterend. Mijn valkuil is dat ik dan afstand wil nemen. Gelukkig dat ik op zulke ogenblikken teruggefloten word door Marlies Slegers, die zegt: ‘Nu ben je de auteur, niet de dochter.’

Vandaag ga ik schaven aan het gedeelte van mijn verhaal tijdens de kampperiode in Tjideng.

Muur-verhalen

In maart vroeg Emma om Muur-verhalen. Aangezien ik tussen 1984 en 1989 vaak in Berlijn was en zelfs een tijdje in West-Berlijn heb gewoond, schreef ik mijn herinneringen aan die bijzondere tijd voor haar op en mailde ze naar haar toe.

Ook haalde ik mijn oude fotoboeken uit het stof en vond foto’s van mij bij de Muur, van mij in de metro waarmee ik de grens over ging, ik op de Alex Passage waar ik om die Ostmarken kwijt te raken ten slotte maar een soeplepel kocht (die ik nog steeds gebruik trouwens) en nog meer.

Je kunt het hier allemaal lezen en bekijken.

En om het nog leuker te maken … helemaal onderaan vind je een klein tipje van de sluier over de Young Adult roman, die Gaby Rasters en ik momenteel samen schrijven.

Kinderboek ‘Nummer 41588’

Vandaag wordt de Japanse capitulatie in Nederlands-Indië herdacht. Ik vroeg een keer aan mijn vader, die destijds als 14 jarige jongen in een mannenkamp zat, wat die capitulatie voor hem betekende. Zijn antwoord ben ik nooit vergeten: ‘Ik heb eerst maar eens geprobeerd te achterhalen of mijn vader nog leefde. En waar hij in dat geval was.’ Dat antwoord en vooral de intonatie (‘Wat kon ik anders?’) raakten mij enorm. Het idee dat je als 14 jarige een poort uit wandelt, waarachter je jaren geïnterneerd zat, om uit te zoeken of je nog een vader hebt.

Een paar jaar geleden vroeg mijn vader aan mij of ik een kinder-/jeugdboek over zijn kampjaren wilde schrijven. Natuurlijk wilde ik dat doen. Voor hem, maar ook omdat het gros van de kinder-/jeugdboeken over WO II zich in Europa afspelen.

Het is niet zomaar een boek, merk ik. Het is de geschiedenis van mijn vader en daarmee ook een stukje van mijn eigen familiegeschiedenis. Ik heb veel met hem gepraat, onze gesprekken opgenomen, veel boeken gelezen, research gedaan. Er zitten ‘gaten’ in mijn vaders verhaal, wat logisch is want hij herinnert zich niet alles meer in detail, en die moest ik historisch correct opvullen.

Binnenkort reizen mijn man en ik naar Indonesië. We bezoeken het ziekenhuis waar mijn vader geboren is, de hbs waar mijn opa Nederlands gaf (het gebouw doet nog steeds dienst als school), de verschillende huizen waar mijn vader heeft gewoond en vooral: de verschillende kampen waar hij zat.
Daarna kan ik mijn boek afronden.

“Hugo stond met vader en moeder voor het raam. Hij verveelde zich en zoog zoveel lucht naar binnen als hij kon.. Daarna ademde hij uit tegen het raam en schreef het woord oorlog in de condens. Meteen veegde hij het weg. Het was te zwart, te bedreigend.
Kon hij de echte oorlog ook maar wegvegen.
Plotseling ging vader heel rechtop staan. Hij zei een lelijk woord en keek gespannen naar de overkant. Moeder sloeg haar hand voor haar mond.
Hugo keek ook.
Hij zag een taxi stoppen. Zo’n taxi met een open kap. Die had Hugo al vaker gezien. Maar nu stapten er twee Japanse officieren uit.
Het was de eerste keer dat Hugo de bezetters van zo dichtbij zag.”

Pengroep

Ik blijf het leuk vinden, schrijven met een basisschoolklas. De klas die ik onlangs als ‘schrijfklas’ had, had geweldig zijn best gedaan. In tweetallen waren ze op zoek gegaan naar informatie over mij op internet en ook in tweetallen lazen ze een boek van me en beantwoordden ze vragen als: ‘Voor wie is het boek geschreven?’ en ‘Waar gaat het boek over?’

Daarna gingen ze vragen aan mij bedenken. Zoals elke keer staat de vraag naar mijn leeftijd bovenaan de lijst. Dit keer werd de vraag nader gespecificeerd: ‘We hebben het wel op internet gevonden, maar dat is een oud bericht, dus we denken dat u veel ouder bent.’ Bedankt 🙂

Daarnaast kwam de vraag hoe ik aan de (serieuze) onderwerpen voor mijn boeken kom: homoseksualiteit, vluchtelingen enz.

Mama's           int. vrouwendag

 

Wat vind ik de leukste doelgroep om voor te schrijven?
Waarom spreek ik zo goed Duits?
Hoeveel boeken heb ik geschreven?

Ik heb zo goed mogelijk antwoord gegeven en hoop dat ik ook de niet-lezers een klein duwtje in de richting heb mogen geven van: Lezen is leuk!

 

schoolklas II       schoolklas

Kinderboek: Op glad ijs

Het idee voor ‘Op glad ijs’ ontstond naar aanleiding van een verhaal dat mijn zoon mij vertelde. Dat is zo’n acht jaar geleden en ik was meteen enthousiast. Toch waren er op de een of andere manier  aldoor schrijfprojecten die voorgingen. Zo bleef ‘Op glad ijs’ in de digitale la hangen, maar aangezien het perfect past bij het thema van Kinderboekenweek 2019 ben ik al een tijdje ijverig aan het schrijven.

Wat enorm stimuleert, zijn de prachtige illustraties van en de nauwe samenwerking met Ingrid van der Knaap.

En laten we eerlijk zijn, bij deze temperaturen is het best fijn om een verhaal te schrijven dat zich afspeelt bij -25 graden. Zeker als Ingrid me na een nieuw stuk tekst mailt: ‘Ik krijg al koude handen en voeten bij het lezen.’

Op glad ijs 2

‘Op glad ijs’ verschijnt in de cultuurhistorische reeks bij Droomvallei Uitgeverij.
Tekst: Elsbeth de Jager
Illustraties: Ingrid van der Knaap

Wereldvluchtelingendag – 20 juni 2019

Kilis 2014

Je was komen lopen
over de grens.
Ik zag je. Een vluchteling?
Nee. Een moeder. Een mens.

Ontzet. Is dit waar?
Een omhelzing, een blik.
Een moment was het ‘wij’
niet meer ‘jij’, niet meer ‘ik’

Kilis

Athene 2017

Je ogen een mix van angst,
vechtlust, heimwee naar je land.
Leegte en niet welkom zijn,
met je drie kindjes aan de hand.

Je ziet me. Herkenning.
Tweede ontmoeting, totaal onverwacht.
Huilen, een stap in elkaars armen,
Medemens, wat heb jij een kracht!

Safe Haven

(Foto: Bruno Tersago, Safe Haven, Athens)

© Elsbeth de Jager