Kinderboek ‘Nummer 41588’

Vandaag wordt de Japanse capitulatie in Nederlands-Indië herdacht. Ik vroeg een keer aan mijn vader, die destijds als 14 jarige jongen in een mannenkamp zat, wat die capitulatie voor hem betekende. Zijn antwoord ben ik nooit vergeten: ‘Ik heb eerst maar eens geprobeerd te achterhalen of mijn vader nog leefde. En waar hij in dat geval was.’ Dat antwoord en vooral de intonatie (‘Wat kon ik anders?’) raakten mij enorm. Het idee dat je als 14 jarige een poort uit wandelt, waarachter je jaren geïnterneerd zat, om uit te zoeken of je nog een vader hebt.

Een paar jaar geleden vroeg mijn vader aan mij of ik een kinder-/jeugdboek over zijn kampjaren wilde schrijven. Natuurlijk wilde ik dat doen. Voor hem, maar ook omdat het gros van de kinder-/jeugdboeken over WO II zich in Europa afspelen.

Het is niet zomaar een boek, merk ik. Het is de geschiedenis van mijn vader en daarmee ook een stukje van mijn eigen familiegeschiedenis. Ik heb veel met hem gepraat, onze gesprekken opgenomen, veel boeken gelezen, research gedaan. Er zitten ‘gaten’ in mijn vaders verhaal, wat logisch is want hij herinnert zich niet alles meer in detail, en die moest ik historisch correct opvullen.

Binnenkort reizen mijn man en ik naar Indonesië. We bezoeken het ziekenhuis waar mijn vader geboren is, de hbs waar mijn opa Nederlands gaf (het gebouw doet nog steeds dienst als school), de verschillende huizen waar mijn vader heeft gewoond en vooral: de verschillende kampen waar hij zat.
Daarna kan ik mijn boek afronden.

“Hugo stond met vader en moeder voor het raam. Hij verveelde zich en zoog zoveel lucht naar binnen als hij kon.. Daarna ademde hij uit tegen het raam en schreef het woord oorlog in de condens. Meteen veegde hij het weg. Het was te zwart, te bedreigend.
Kon hij de echte oorlog ook maar wegvegen.
Plotseling ging vader heel rechtop staan. Hij zei een lelijk woord en keek gespannen naar de overkant. Moeder sloeg haar hand voor haar mond.
Hugo keek ook.
Hij zag een taxi stoppen. Zo’n taxi met een open kap. Die had Hugo al vaker gezien. Maar nu stapten er twee Japanse officieren uit.
Het was de eerste keer dat Hugo de bezetters van zo dichtbij zag.”

Pengroep

Ik blijf het leuk vinden, schrijven met een basisschoolklas. De klas die ik onlangs als ‘schrijfklas’ had, had geweldig zijn best gedaan. In tweetallen waren ze op zoek gegaan naar informatie over mij op internet en ook in tweetallen lazen ze een boek van me en beantwoordden ze vragen als: ‘Voor wie is het boek geschreven?’ en ‘Waar gaat het boek over?’

Daarna gingen ze vragen aan mij bedenken. Zoals elke keer staat de vraag naar mijn leeftijd bovenaan de lijst. Dit keer werd de vraag nader gespecificeerd: ‘We hebben het wel op internet gevonden, maar dat is een oud bericht, dus we denken dat u veel ouder bent.’ Bedankt 🙂

Daarnaast kwam de vraag hoe ik aan de (serieuze) onderwerpen voor mijn boeken kom: homoseksualiteit, vluchtelingen enz.

Mama's           int. vrouwendag

 

Wat vind ik de leukste doelgroep om voor te schrijven?
Waarom spreek ik zo goed Duits?
Hoeveel boeken heb ik geschreven?

Ik heb zo goed mogelijk antwoord gegeven en hoop dat ik ook de niet-lezers een klein duwtje in de richting heb mogen geven van: Lezen is leuk!

 

schoolklas II       schoolklas

Kinderboek: Op glad ijs

Het idee voor ‘Op glad ijs’ ontstond naar aanleiding van een verhaal dat mijn zoon mij vertelde. Dat is zo’n acht jaar geleden en ik was meteen enthousiast. Toch waren er op de een of andere manier  aldoor schrijfprojecten die voorgingen. Zo bleef ‘Op glad ijs’ in de digitale la hangen, maar aangezien het perfect past bij het thema van Kinderboekenweek 2019 ben ik al een tijdje ijverig aan het schrijven.

Wat enorm stimuleert, zijn de prachtige illustraties van en de nauwe samenwerking met Ingrid van der Knaap.

En laten we eerlijk zijn, bij deze temperaturen is het best fijn om een verhaal te schrijven dat zich afspeelt bij -25 graden. Zeker als Ingrid me na een nieuw stuk tekst mailt: ‘Ik krijg al koude handen en voeten bij het lezen.’

Op glad ijs 2

‘Op glad ijs’ verschijnt in de cultuurhistorische reeks bij Droomvallei Uitgeverij.
Tekst: Elsbeth de Jager
Illustraties: Ingrid van der Knaap

Wereldvluchtelingendag – 20 juni 2019

Kilis 2014

Je was komen lopen
over de grens.
Ik zag je. Een vluchteling?
Nee. Een moeder. Een mens.

Ontzet. Is dit waar?
Een omhelzing, een blik.
Een moment was het ‘wij’
niet meer ‘jij’, niet meer ‘ik’

Kilis

Athene 2017

Je ogen een mix van angst,
vechtlust, heimwee naar je land.
Leegte en niet welkom zijn,
met je drie kindjes aan de hand.

Je ziet me. Herkenning.
Tweede ontmoeting, totaal onverwacht.
Huilen, een stap in elkaars armen,
Medemens, wat heb jij een kracht!

Safe Haven

(Foto: Bruno Tersago, Safe Haven, Athens)

© Elsbeth de Jager

Recensies

Recensies blijven spannend. Een beetje ‘eng’ ook wel, want er kan meedogenloos geoordeeld worden over jouw boek, dat boek waaraan je met zoveel liefde hebt gewerkt.
De Biblion-recensie is de belangrijkste recensie, in zoverre dat op basis van deze recensie (eigenlijk: aanschafinformatie) de bibliotheken hun inkopen baseren. De Biblion-recensie van ‘Vlucht naar Libanon‘ was vlak, ik kan er niets anders van maken. Niet negatief gelukkig, maar er stond niets meer in dan al op de achterflap van het boek staat. Het lijkt of die tekst gewoon een beetje is herschreven en oh ja, er is één feit aan toegevoegd, een niet onbelangrijk feit dat voor verschillende problemen en (karakter)ontwikkelingen in het verhaal zorgt. Een feit dat dus ook meerdere malen en steeds uit een ander oogpunt bekeken terugkomt in het boek. Helaas … staat dit feit in de Biblion-recensie fout vermeld.

Libanon II      45747804_2185306681502821_224178798722023424_n

Gelukkig kwam er ook weer een prachtige recensie online. Dit keer van Hanneke Tinor Centi.
Het is fijn als je aan de recensie merkt dat de recensent het boek ook daadwerkelijk heeft gelezen (al zou dat eigenlijk logisch moeten zijn, toch?). En het is nog fijner als je merkt dat de recensent juist die dingen uit het boek heeft gehaald die ik als auteur belangrijk vind.

recensie voor blog

Muziek

Nadat ik afgelopen week de prachtige documentaire ‘Vluchten in muziek‘  had gezien, moest ik even terugdenken aan de allereerste reis die ik ‘naar de vluchtelingen’ maakte. Dat was eind 2014 en we gingen naar de Turks-Syrische grens om daar onze boeken ‘Jamil & Jamila‘ uit te delen.

Deze

In de Turkse grensplaats Kilis zagen we de mensen letterlijk de grens over komen …
Er was daar ook een schooltje: leerlingen met jassen aan en mutsen op, want het was koud in de containers. Maar droog. Er waren Syrische juffen en een directeur die met een busje de straten afstruinde, op zoek naar (half)wezen die dan met hem mee naar school mochten. (Mocht je dit bekend voorkomen: dit gegeven hebben we in de roman ‘Vlucht naar Libanon‘ verwerkt).

We zagen en hoorden daar ook een klas zingen. De kinderen gingen er helemaal in op, vol vuur stampten en zongen ze mee. Van de tekst begrepen we helaas helemaal niets, wel zagen we hoe goed de muziek ze deed!

Deze 2

Prachtig, de inzet op Lesbos en hoe dat allemaal gerealiseerd wordt. Diep respect. Maar tegelijkertijd intriest dat het nodig is.
Nog steeds …

Via Lesbos samen naar een taalvirtuoos

Op mijn laatste Lesbos-reis in de herfst 2018 leerde ik Marjolein kennen: zij vond hulp aan vluchtelingen net zo belangrijk als ik, bleek in dezelfde woonplaats opgegroeid te zijn als ik – sterker nog, we zijn jarenlang achterburen geweest – had paardgereden bij dezelfde manege, boeken geleend bij dezelfde bieb enz. Dat schept een band. We bleken allebei gek te zijn op Robert Long. Dat maakte de band nog wat sterker;)
En zo spraken we natuurlijk af om samen naar de voorstelling ‘De dag dat ik Robert Long ontmoette‘ te gaan. Nog nooit heb ik zoveel (tegenstrijdige) reacties op één simpele ‘Hoera, we hebben kaartjes’-post op social media gehad. De teksten van Robert Long raken dus nog steeds, trok ik daaruit mijn bescheiden conclusie.

Natuurlijk was de avond zelf geweldig. Ik was er voor de tweede keer (ik had een derde keer trouwens ook geen straf gevonden …) Vrolijke teksten, intieme teksten, uitdagende teksten – vaak zo lichtvoetig dat het wel lijkt of ze ‘zomaar’ zijn ontstaan. Ik hou van taal (beroepsdeformatie, zullen we maar zeggen) en heb hier grote bewondering voor.

Veel teksten zijn nog steeds zo actueel dat ik me afvraag of Robert Long zijn tijd ver vooruit was of dat de mensheid sindsdien maar bitter weinig heeft geleerd … En ik vraag me ook af of ik het antwoord hierop eigenlijk wel wil weten.

Een voorbeeld mag genoeg zijn: Settala, prachtig indringend gezongen door Maaike Widdershoven:

En daarna, hoe vaak nog
Hoe vaak zijn er boten vertrokken
Vol doodsbange mensen
Op zoek naar een plek om in vrede te leven
Op weg van de hel naar de waanzin
Hoe vaak nog […]

zwemvest     en deze  (Lesbos, oktober 2018)

Hoe vaak nog, hoe lang nog
Hoe vaak zal een vliegtuig vertrekken vol doodsbange mensen
Terug naar de plaats van hun eigen verschrikking
Op weg van de hel naar de waanzin
Hoe lang nog