Auteur versus dochter

Wie mij een beetje heeft gevolgd, weet dat ik in september een maand naar Indonesië ben geweest. We hebben het zoeken naar de wortels van mijn familie gecombineerd met vakantie, afgesloten door een prachtige, waardevolle schrijfretraite op Bali, georganiseerd en prima begeleid door Marlies Slegers.

Ik heb heel veel mooie dingen gezien en prachtige ontmoetingen beleefd.  Zo sta ik op deze foto, dankzij de enorme behulpzaamheid van het ziekenhuispersoneel, op de kraamafdeling van het Borromeus-ziekenhuis in Bandoeng: daar, waar mijn vader in 1931 is geboren.

Geboorte advertentie papa          kraamafdeling

Er waren ook andere en heel heftige confrontaties: kamp Kramat, Tjideng, jongenskamp Grogol en mannenkamp Tjimahi. De treinreis die langs het station Tjimahi kwam. En waarvan ik wist: hier zat ooit mijn vader, op transport in een geblindeerde trein, 13 jaar oud, niet wetend waar hij naar toe ging.

En nu ben ik al een tijd bezig om van deze ervaringen, in combinatie met de informatie uit vele gesprekken die ik met mijn vader heb gevoerd, de andere boeken die ik heb gelezen (en waar ik in ‘De hel van Tjideng’ nota bene de naam van mijn oma tegenkwam) een verhaal te maken dat recht doet aan de geschiedenis van mijn vader, van de vele andere geïnterneerden.

Vaak zit ik in een flow: dit boek gaat er komen! Maar altijd komt er wel een moment dat ik me realiseer dat ik niet ‘een verhaal’ schrijf, maar ‘het verhaal van mijn vader.’ Dat is confronterend. Mijn valkuil is dat ik dan afstand wil nemen. Gelukkig dat ik op zulke ogenblikken teruggefloten word door Marlies Slegers, die zegt: ‘Nu ben je de auteur, niet de dochter.’

Vandaag ga ik schaven aan het gedeelte van mijn verhaal tijdens de kampperiode in Tjideng.